Kunstintegratie Ante Timmermans in basisschool De Brug te Erpe-Mere

Kunstintegratie? Liever niet.

‘Liever niet,’ antwoordt Bartleby in Melville’s gelijknamige roman, wanneer hij wordt gevraagd om een eenvoudige taak uit te voeren. Het zwijgzame personage werkt als klerk op een advocatenkantoor, maar begint stilaan opdrachten te weigeren met telkens hetzelfde antwoord. Zomaar, zonder uitleg, totdat hij uiteindelijk niets meer doet. ‘Liever niet’ wordt een uitdrukking van de weigering op zich, van een totale autonomie zonder inmenging van buitenaf. Bartleby is aanwezig op kantoor, maar verder niets. En gaandeweg wordt die stilzwijgende aanwezigheid te veel.

Eenzelfde houding kenmerkt het ‘kunstintegratie-project’ van Ante Timmermans op de site van BSBO De Brug in Erpe-Mere. Deze basisschool voor kinderen met een autismespectrumstoornis werd ontworpen door Architectenbureau Bart Dehaene in samenwerking met Sileghem & Partners. Het ontwerp kwam tot stand in het kader van een Open Oproep, maar werd uiteindelijk gerealiseerd binnen de Scholen van Morgen. De nieuwe gebouwen kwamen op de plaats van een oude school, die bestond uit een verzameling goedkope paviljoenen en al sinds de jaren ’60 dienst deed als tijdelijke oplossing. Eindelijk aan vervanging toe, werden de paviljoenen afgebroken om plaats te maken voor vernieuwing – behalve één, op vraag van de kunstenaar.

De schoolpoort bevindt zich vandaag langs een rustige zijstraat van de drukke autoweg. Ze geeft toegang tot de centrale, betegelde speelplaats, met aan weerszijden een bescheiden schoolgebouw van één verdieping. De achtergevel van het linkse gebouw sluit aan op een grasveld, dat dienst doet als sportterrein maar tevens voor het dorp toegankelijk is. Achter het rechtse gebouw ligt een groene tuin beplant met bomen, waar de natuur terug een plaats krijgt. De inplanting van de twee gebouwen deelt zo de site op in verschillende atmosferen. Een helder en leesbaar ensemble dat rust uitstraalt, ware het niet dat het net speeltijd is.

De tegenover elkaar gespiegelde gebouwen werden volledig volgens de maatvoering en het ritme van een goedkope, onafgewerkte betonsteen getekend. Een sequentie van opeenvolgende ruimtes brengt een duidelijke logica aan in de ruimtelijke organisatie: van de stenen speelplaats door de centrale en lichtrijke gangen, naar de intieme voorportalen bij elke klas om daarna de met zacht materiaal afgewerkte lokalen binnen te stappen. De uitgebreide akoestische isolatie in de plafonds versterkt de stilte van de ruimtes. Zo weten de architecten binnen een uiterst beperkt budget toch een gebouw te maken dat rust, structuur en orde uitstraalt – essentiele elementen voor het dagelijkse leven van de kinderen. Dit is architectuur pur sang: dienstbaar in haar taak voor de gemeenschap, uitgevoerd in een heldere schoonheid.

Tegenover deze dienstbaarheid staat echter het paviljoen van de kunstenaar, aan de zijkant van het grasveld. Het begrip ‘kunstintegratie’ impliceert een onderdanige houding tegenover de architectuur. De kunstenaar wordt uitgenodigd om iets toe te voegen aan het gebouw, in de vorm van een sculptuur of installatie. De kunst wordt ‘geïntegreerd’ en onderdeel van de doelstellingen van de architectuur. Maar waar de architectuur dienstbaar is, is de kunst autonoom. En net zoals Bartleby kan de kunst iedere inmenging van buitenaf weigeren. Het paviljoen wordt van de afbraak gespaard, maar blijft helemaal leeg achter. Vragen van de directie over een mogelijke invulling worden uit de weg gegaan, de deur zorgvuldig op slot gehouden. Het paviljoen wordt een uitdrukking van de weigering op zich, ontheven uit haar dienstbare taak en achterblijvend als autonoom kunstwerk. Het is aanwezig op de site, maar verder niets, tot die stilzwijgende aanwezigheid te veel wordt. Tot dan vormt de spanning tussen het paviljoen en de school echter een demonstratie van de existentiële voorwaarden voor kunst en architectuur. Kunstintegratie? ‘Liever niet.’

SamenwerkingBart Decroos (tekst)
KunstintegratieAnte Timmermans
FotografieFilip Dujardin
1/7 TXT